She completes me, like she reads me

De titel is afkomstig uit het liedje “Nothing really matters” van Mr. Probz. Toen ik het hoorde in de auto terwijl zuslief naast me zat, kon ik niet anders dan het mooi vinden. Het klinkt misschien raar dat dit liedje me aan zus doet denken, terwijl ik vriendlief heb. En toch, ik kan dat gevoel niet van me afzetten.

Soms (vooral bij het horen van dit liedje) moet ik terugdenken aan hoe het vroeger allemaal ging. Soms denk ik dan ook terug aan die ellendige tijd dat ze in het ziekenhuis lag. En altijd kom ik tot de conclusie: thank God dat ik ik ze nog even lekker kan knuffelen.

Lees verder

Advertenties

De zomer die alles veranderde..

Ik heb maandenlang getwijfeld of ik dit wel zou posten. De ene dag dacht ik: “nee, dat gaat alles bovenhalen.” De andere dag dacht ik: “misschien is het wel net dat dat je nodig hebt om het los te laten?”. Want loslaten dat is wat ik nog niet gedaan heb.. Het is nog steeds iets gevoelig. Uiteindelijk beslis ik toch om dit te typen..


20 juni. Ik had lekker gekookt, voor de mensen hier in huis. En vriendlief had de opdracht gekregen om te kijken of ik afgestudeerd was. “Gedelibereerd, wat betekent dat?” vroeg hij. Mijn geluk kon niet meer op! Mijn leven was eindelijk compleet. Ik had vast werk, we waren bezig aan het bouwen, we woonden samen, ik had ein-de-lijk mijn diploma. Ook zus had het voor elkaar. Vast werk, een eigen auto, een goed vriendje.. Ik wou mijn diploma graag vieren, dus zijn vriendlief, zus, mama en papa, en ik iets gaan drinken. Ik weet nog dat zus haar een dame blanche vroeg.. Daar was ze enorm zot van, een dame blanche van ’t Oud Brughuys, zonder slagroom! Genoten heb ik die avond. En ja, ik liep op wolkjes..

De week erna werd zus ziek. Een infectie op de luchtwegen, ze kon niet werken. Het bleef maar aanslepen.. Regelmatig terug naar de dokter, steeds nieuwe diagnoses, maar wel telkens infecties. In mijn roes van mijn diploma had ik er niet enorm veel oog voor. Ik zag wel dat ze ziek was, maar ze zou wel genezen.

30 juni, maandag. De telefoon ging, ik zat in bad. Of er iemand zus kon ophalen op haar werk. Ze had geprobeerd te gaan werken, maar het ging echt niet. Ik zei “ik zal ze wel halen, dan kan jij je gewone gang gaan met de kids”. Zo gezegd, zo gedaan. ’s Avonds had ze een afspraak met de dokter. Alweer. Die vond dat nu toch maar iets eigenaardig, en wou dat ze de dag erop allerlei onderzoeken liet doen. Hij wilde meer zekerheid.

Dinsdag. Berichtje van zus. “Ik wil niet dat je iets tegen je vriendje zegt want ik wil niet dat hij commentaar heeft op mij, maar de dokter is quasi zeker dat ik klierkoorts heb. Hij heeft mijn bloed genomen, en morgen mag ik bellen.” Klierkoorts? Dat is niet zo erg. Broer had het eerder gehad, en die is even niet kunnen gaan werken, maar verder…

Woensdagmorgen. Grote paniek! Mama: “de dokter belde, zus moet naar spoed”. Huh? Spoed? Iets met haar witte bloedcellen. Grote zus probeerde zich sterk te houden, vertelde wat flauwe mopjes, maar hoopte vooral dat jonge zus niet merkte hoe ongerust ik eigenlijk was. ’s Middags moest ik werken, Ik maakte met mama de afspraak dat ze zou bellen als ze meer wist. Op het werk bracht ik ook enkele mensen op de hoogte, bijlange niet iedereen. 1 uurtje stond ik kassa, en halverwege dat uur kreeg ik telefoon. “Joke is op weg naar Gent, in Dendermonde hebben ze haar doorverwezen naar het UZ”. Ik kan je verzekeren: je hart staat stil op die moment. Ik heb me verontschuldigd bij de mensen die ik aan het helpen was, en hen verteld dat ik niet zo goed nieuws gekregen had. De rest van de dag heb ik mijn ongerustheid de baas proberen zijn..

De rest van de week herinner ik me vooral tests, op kanker, op andere dingen, Ook belde de huisarts om te melden dat het effectief om klierkoorts ging. Daar waren ze in het UZ ook al achter, maar ze wilden niets over het hoofd zien. Aangezien haar witte bloedcellen veel te laag stonden, en ze daardoor extreem vatbaar was voor nieuwe infecties, en ik met klanten werk, besloot ik om nog wat te wachten eer ik op bezoek ging.

Tot dinsdag 8 juli. Het was een hele belevenis. Ik ging op bezoek bij mijn zus!!! Ik had haar wat pyjama’s van Snoopy gekocht, ik had wat loombands, want dat kwam toen net op. Boekjes wou ze ook graag hebben, dus dat nam ik haar ook mee. Ze zag er in mijn ogen goed uit. Zoals zij rondliep met haar papegaaienstok, dat was geweldig komisch! Die dag zou de dokter komen zei de verpleging. Nu ja, in een ziekenhuis kan je dat verwachten, en toch had iedereen wat schrik voor het nieuws.. De dokter heb ik niet meer gezien, ik ben eerder naar huis gegaan. Min of meer opgelucht en met het gevoel dat ze snel terug thuis zou zijn.. Nooit gedacht dat ik me zo zou vergissen… ’s Avonds kwamen onze ouders thuis, en die zeiden dat de dokters nog een biopte van haar lever wouden doen, en een klier wegnemen om te testen of het toch niet erger was dan klierkoorts.. Dat zijn maar testen voor zekerheden, dacht ik.

Woensdag 9 juli. Ik trek de deur van het werk dicht, en iemand vraagt me hoe het gaat. Ik kan niet meer antwoorden, de tranen stromen over mijn wangen. Waarom toch? De persoon komt met me praten, ik vertel alles. Dat ik hoop dat het niet erg is, dat ik ze graag snel terug thuis wil.. Maar dat ik ook zeker wil werken, en me even op het werk concentreren, zonder aan een ziekenhuis te moeten denken.  “Als we iets kunnen doen, moet je het maar zeggen.” Ik kon zelfs niets doen aan dat ellendige gevoel, tenslotte was er geen, geen échte reden waarom. Ik ga pauzeren, en ik heb een sms van mama “niet schrikken, ik ben al bij zus, ze hebben me opgebeld”. Ik maakte me niet echt zorgen. Zus was in goede handen, en mama was bij haar… Wat kon er foutgaan?

’s Avonds kwam broer binnen, met vrouw en kids. De telefoon ging, onze grootmoeder. “Weten jullie al iets van zus?” waarop ik antwoordde: “Nee, maar ik verwacht mama en papa snel terug thuis, anders komen jullie eens af, dat praat makkelijker?” Mijn grootvader had eerst geen zin, maar kwam uiteindelijk toch mee.. Het was een gezellige avond, met koffieklets, een chocolaatje.. Ja, ondanks dat we op nieuws wachtten, maakten we er het beste van.. Toen hoorden we de poort opengaan.. Spannend! Mama kwam als eerste boven, met heel veel spullen. Vervolgens kwam papa boven. Mama zei: “goed dat iedereen hier is”. Ik vroeg waarom ze zoveel meehadden. Waarom ze Joke haar laptop mee hadden. “Mag ze niet meer op de laptop?” vroeg ik. “Ze KAN niet meer op de laptop”.Woorden die ik nooit meer ga vergeten. Zus had die dag paniekaanvallen gehad, en ze hadden haar in een kunstmatige slaap gedaan, ze lag op intensieve zorgen. Ook wisten ze op die moment te zeggen het zeer ernstig was met haar, ze had 50% overlevingskans. Het enige wat mij konden doen was hopen dat ze geen hersenbloeding of iets dergelijke kreeg, dat haar organen zouden blijven werken, … want anders zou het slecht aflopen..
Wat volgde was een avond en nacht met veel tranen, innerlijke boodschappen naar zus dat ze echt niet mocht opgeven, en een heel diepgaand gesprek met vriendlief. De dag erna heb ik, denk ik, het zwaarste gesprek ooit gevoerd op het werk. Ik moest zekerheid hebben over wat er allemaal kon. Ik ging de week erna in verlof en ik wou er ook zijn voor haar als ze me nodig had.. Ik wou haar bezoeken, ik wou ook bij slecht nieuws direct naar haar kunnen, … Ik heb begripvolle reacties gekregen, kassawerk moest ik niet doen als ik me er niet goed bij voelde, uren werden geschrapt, …

De dagen erna waren vol onzekerheid. Het ziekenhuis zou  bellen als haar toestand verslechterde, zelf mochten we ook wel bellen. Mama deed dit ’s morgens bij het opstaan, zo wisten we hoe ze geslapen had. Op donderdag zijn mama, papa, broer en ik naar haar gegaan. Als bij wonder was ze wakker. Ik zou kunnen proberen beschrijven hoe ik me toen voelde, maar dat gaat niet. Er was een enorme blijdschap, ook al was de ernst niet verminderd, ze was toch weer meer bereikbaar voor ons. De dokters wisten ons te vertellen dat ze alles deden wat ze konden om haar te redden. Het zou wel even duren voor ze wisten of de medicatie aansloeg. Wat waren dat bange dagen..
Eens de medicatie begon aan te slaan, werd ze geleidelijk aan beter. Kan je je voorstellen dat we enorm blij waren toen ze eindelijk eens in de zetel kon zitten? Dat we door het dolle heen waren toen ze naar een gewone kamer mocht? Dat we superblij waren dat ze ons iets kon zeggen?

Op 8 september mocht ze dan eindelijk naar huis komen, en nu, maanden later, mag ze van de specialist nog steeds niet werken, want dat zijn te veel risico’s in de winter, maar ze mag alles doen wat ze wilt. Of ze het syndroom dat voor een tekort aan witte bloedcellen zorgt, ooit terugkrijgt, weet niemand..

Ik ben zo dankbaar dat we ze nog bij ons hebben!

Vijfde brief aan mijn zus.

Lieve zus,

Je bent nu al een week uit het ziekenhuis! Thank God for that! En wat ben ik blij dat je gewoon hier in de zetel kan luieren, Sims 4 spelen, tv kijken..
Je zei me deze week dat je sneller bang bent dan vroeger van soms stomme dingen. Wel, deze spreuk heb ik gevonden die zeer toepasselijk is voor ons:

“Als voor je kijken je bang maakt,
Als achter je kijken je triest maakt,
Kijk dan naast je.
Daar sta ik.”

Altijd!
Ik zie je graag zussie..
x Moes

Derde brief aan mijn zus.

Lieve zus,

Sinds mijn laatste bericht zijn we al een maand verder! Een maand! Wat gaat het vlug. Al gaat het soms naar ons gevoel niet vlug genoeg.
Je ligt nu al 4 weken op een gewone kamer. De medicijnen worden minder, maar toch. Je krijgt nog koorts, je hebt uitslag, je hebt nog last van dit en dat.. Allemaal tekenen dat je nog bijlange niet genezen bent.
Je bent wel al vele beter als toen je op intensieve was. En vorige week zondag, waren we allemaal verbaasd dat je al vrij lang in een drukke ruimte kon vertoeven.
Kleine stapjes allemaal. Soms twee stappen vooruit, om de dag nadien een stap achteruit te zetten. Maar weet je? Het belangrijkste is dat je geleidelijk aan vooruit gaat.
De mensen vragen om je. Mensen waarvan ik niet eens wist dat ze mijn familie kennen komen in de winkel spontaan vragen hoe het met je gaat. Zonder ook maar even te informeren hoe het met mij gaat. Dat is momenteel kennelijk minder van belang..
Ik weet dat ik je op intensieve, en in het begin op een gewone kamer meer kwam bezoeken dan nu. Maar ik hoop ook dat je weet dat ik dat vooral doe uit bezorgdheid om jou.
Je bent nu nog steeds erg vatbaar voor ziektes, en ik kom dagdagelijks in contact met mensen, en ik wil niet dat je ziek wordt door mijn toedoen. Ook voel ik me de laatste tijd erg moe, en ben ik liever wat voorzichtiger in jouw buurt. Maar weet, of ik nu bij je ben, of aan het werk, of ik lig in mijn bed omdat ik me moe voel: ik denk heel veel aan je.
Eind september gaat Sofie van ’t Oud Brughuys waarschijnlijk in verlof, dus rond mijn verjaardag zullen we geen dame blanche kunnen gaan eten. Maar spreken we af dat we nadien mijn verjaardag gaan vieren door ene te eten? Je zal nogal verdikken, van al die dames blanches.. 😀
Laat je daar nog goed verzorgen en verwennen.
Ik zie je graag en mis je echt hier in huis!
Moesje

Tweede brief aan mijn zus

Lieve zus
Het einde van mijn verlof is in zicht. Een verlof dat ik me iets anders voorgesteld heb, maar waar ik toch het beste van gemaakt heb.
Ik heb leuke dingen gedaan met Jonas, en toch heb ik ook de tijd genomen om jou te komen bezoeken. Uit de testen bleek dat er niets scheelt met je lever of je klieren. Gelukkig maar! En toch, ergens, is het enorm erg als je beseft dat het ‘maar’ klierkoorts is dat voor je situatie verantwoordelijk is..
Geleidelijk aan ben je beter en beter aan het worden. Maar je bent er nog niet. Je ligt nog steeds op intensieve, en je kan je bed nog niet uit. Afgelopen week heb je wel al twee keer in de zetel mogen zitten.  Dat voelde aan als een overwinning. Iedereen is vol verlangen aan het wachten tot je op een gewone kamer kan. Dan is hopelijk het hoofdstuk intensieve op de 12de verdieping achter de rug. We weten dat je je best doet.
Zussie, ik mis je in huis.  ‘S morgens naar toilet kunnen gaan zonder te vloeken dat jij erop zit, het went maar niet.. Zoals ik je gisteren op de foto toonde: je zit in de bocht richting dame blanche in ’t Oud Brughuys.
Zussie, ik hoop dat je daar goed uitrust. Want de wereld wacht op je.
Je bent een sterke en je bent al heel flink geweest. Doe zo voort!
Ik zie je graag,
Moesje

Brief aan mijn zus.

Twijfel. Zou ik dit nu wel of niet posten? Want het is best wel heel persoonlijk.

Lieve zus,
Je bent momenteel zwaar ziek. Dat zijn de woorden van de dokter deze middag. Je ligt nu al sinds woensdag op de intensieve zorgen in UZ Gent, en ik ben je al elke dag komen opzoeken. Ook al zei ik op voorhand dat ik niet zou gaan, toch is het gevoel om jou even te zien en eventueel te spreken té sterk om thuis te blijven.
Ik mis je ongelooflijk hard. Hier in huis, sms’jes, je aanwezigheid op Facebook, zelfs je irritante toiletbezoekjes ’s morgens. Je moest eens weten hoe hard ik het nu haat dat ik wél altijd op de badkamer naar toilet kan gaan ’s morgens. Denken dat je ‘gewoon’ op reis bent kan ik niet, want de waarheid is vele harder.
Telkens als ik terugkom van het ziekenhuis ben ik blij je even gezien of gesproken te hebben. Ik krijg er op een of andere manier mentale rust door, ook al is het hard om een jonge vrouw zo te zien.
Ik ben blij om te zien dat jij je strijd tegen de slechte monsters niet opgeeft. Je bent echt goed bezig, ook al blijven de resultaten even uit. Je gaat niet achteruit, en dat is ook al heel belangrijk! De verplegers vertellen ons elke keer dat we ons aan een lange strijd mogen verwachten, en dat er maar heel langzaam beterschap zal komen.
Joke, besef dat je de strijd niet alleen voert. Iedere kennis van zowel mama, papa, broer en mezelf brandt wel een kaarsje voor je. Of ze denken even aan je. Ik hoop dat dit een gevoel geeft dat je nog harder doet vechten. Ook heerst er veel ongeloof bij deze mensen. Dat klierkoorts zo een effect kan geven.. Daar zijn ze even stil van.
Ik wil dat je weet dat ik heel van aan je denk, en dat ik je enorm graag zie. Ik kijk nu al uit naar de moment dat ik je even een dikke knuffel kan en mag geven, maar tot die tijd red ik me wel met een mondmasker en een blits bezoek. Ook al zijn we voor 10 minuutjes bij jou, gemakkelijk 1,5 uur kwijt. Dat maakt ons allemaal minder uit. Als jij maar weer beter wordt..
Vandaag is een soort van feestdag voor Jonas en mij, en broer vroeg of we het gingen vieren. Wel, we gaan deze avond een cava’tje drinken in ’t Oud Brughuys, maar weet dat ik ook aan jou denk. We vieren het wel eens met z’n allen zodra jij weer naar ’t Oud Brughuys kan gaan. Je hebt inmiddels al 3 dame blanches van me tegoed.
Vecht nog flink verder. Ik zie je graag.