Bij de parodontoloog..

13285449_568708816633743_1336309658_n

Eindejaar 2015. “Hmm, wat voel ik? Mijn tand brokkelt precies af? Geen tandpijn, het zal wel niet erg zijn.” Maart 2016. Stekende tandpijn. Zo kan het niet langer, toch maar een afspraak maken met de tandarts. De controle in 2015 bleek ik vergeten te zijn. De tand die afbrokkelde zorgde voor het leed (op een andere plaats), dat ontstak, met als gevolg dat die tand ontzenuwd moet worden. “Dat doe ik niet, daarvoor moet je naar ergens anders gaan.”

Lees verder

Advertenties

Brief aan mijn schoonvader

Willy,

Twee weken geleden gingen we op maandagavond nietsvermoedend slapen. Ik herinner me de avond nog alsof het gisteren was. Jonas was moe, en wou dolgraag slapen, terwijl ik meedeed aan blogpraat op Twitter. Hij snauwde me ’s avonds in bed toe dat ‘ik mijn blog toch interessanter vond dan mijn vriendje.’ Toen ik dat hoorde was ik niet zo blij, maar ik ging toch slapen. Het was de avond ervoor laat geweest, en misschien was hij wel gewoon kapot. ’s Nachts schoot ik wakker, iets had liggen trillen, en mijn reactie was kaarsrecht in bed gaan zitten. Jonas vroeg: “wat is er mis met u?” Waarop ik “niets” antwoordde, en weer ging liggen. Jonas ging naar toilet. Dacht ik.
Toen hij terug de kamer inkwam, lag ik alweer half te slapen. Hij zei: “wil jij mij naar het OLV brengen?” “Wat is er mis met je?” vroeg ik. “Met mij niets, maar Willy heeft iets gekregen en hij had bijna geen hartslag meer.” Willy, ik kan je zeggen, ik stond snel naast mijn bed met mijn kleren en droogshampoo in mijn haar! Jonas mocht van mij niet rijden, want die zou zich doodrijden. De rest van de nacht hebben Jonas, Andrea en ik vooral zitten wachten op nieuws. Je kan je voorstellen dat we niet echt helder konden denken. Uiteindelijk mochten we tegen 4 uur toch op bezoek bij je (om 24u hadden we dat telefoontje gekregen). Wat we daar zagen liggen.. Het was niet jij, het was een lichaam.. Na twee ellendige weken is je situatie niet geheel veel beter geworden. Het is te zeggen: sinds kort ben je wakker (hopen dat het zo blijft!) maar je bent agressief, en je hebt een longontsteking en een bijkomende besmettelijke infectie. Na twee weken lig je nog steeds op intensieve zorgen.

Sinds dit weekend heb ik het verlangen om je een brief te schrijven. Geen idee waarom, maar opeens moest ik terugdenken aan de eerste keer dat ik je zag, en wou ik het graag neerpennen. Ik ben er zeker van dat jij ook nog weet wanneer we elkaar voor het eerst zagen.
Jullie waren allemaal naar de mis geweest, en ik kwam afgefietst. Het was zomer in 2007, en het was een mooie zomeravond. Toen we thuiskwamen, hadden Andrea en jij meteen het idee om met Jonas en ik iets te gaan drinken in Vlassenbroek. Vlassenbroek, een mooi klein gezellig dorpje aan de Schelde met heel veel terrasjes. Het bijzondere was dat we niet met de auto reden, nee, we reden met de fiets. Want jullie rijden niet met de auto, jullie hebben zelfs geen auto. Het was een heel fijne avond toen, en jullie stonden erop dat Jonas ’s nachts met mij mee naar huis fietste. Ook al was dat toch een flink eind van waar jullie wonen. Wat jullie niet weten is dat ik halverwege tegen Jonas zei dat ik het wel alleen aan kon. We hadden zo een mooie avond samen. Lekker ijs gegeten, lekkere drankjes gedronken, een avond om nooit meer te vergeten.
In die bijna acht jaar dat we elkaar kennen, hebben we al heel wat mooie momenten meegemaakt. Zonder het echt te beseffen ben ik een deel van de familie geworden, ik merk het nu ook. Ik voel me niet echt een schoondochter, nee, ik voel me meer een dochter van je, zonder dat ik Joria haar plaats wil innemen. Ik kan tegen jou mijn gedacht zeggen, en omgekeerd kan het ook. Ook al verschillen we soms van mening, we hebben respect voor die van elkaar. En ik weet dat ik je niets te veel kan vragen.
Je hebt ons zo ongelooflijk hard laten schrikken twee weken geleden, en geloof me vrij: hier gaat nog heel wat tijd overgaan eer het bij iedereen min of meer verwerkt is. Ik hoop dat je 1 ding beseft: je hebt een geweldige familie die enorm om je geeft! Je kinderen, kleinkinderen, broers, zussen, … allemaal zijn ze bezorgd om je.
Ik weet dat je gisteren niet geloofde dat alles goedkomt met je, maar ik geloof erin. Voor je het weet sta je weer te huppelen in je tuin, en weet je weer niet wat eerst gedaan. Want, de beesten moeten eten krijgen, en de haag moet af. En eigenlijk zou het gras ook nog eens afgereden moeten worden. En wanneer zou je dan de tuin omspitten? Ik geloof in je kunnen!
Willy, ik wil echt niet dat je opgeeft. Niet nu. Er wachten nog zoveel mooie dingen die je moet meemaken in het leven. De doop van Anya, de bouw van ons huis, de afwerking van het huis van Dominiek, de communies van Yana en Anya, misschien een kindje van Jonas en mij, misschien een vrouw bij je andere zonen, …
Vecht! Ik kruis mijn vingers voor je, en hoop oprecht dat je niet opgeeft.
Veel schoondochterliefde,
Nicky

Illustraties door Jonas http://goldenframes.net

Brief aan mijn zus.

Twijfel. Zou ik dit nu wel of niet posten? Want het is best wel heel persoonlijk.

Lieve zus,
Je bent momenteel zwaar ziek. Dat zijn de woorden van de dokter deze middag. Je ligt nu al sinds woensdag op de intensieve zorgen in UZ Gent, en ik ben je al elke dag komen opzoeken. Ook al zei ik op voorhand dat ik niet zou gaan, toch is het gevoel om jou even te zien en eventueel te spreken té sterk om thuis te blijven.
Ik mis je ongelooflijk hard. Hier in huis, sms’jes, je aanwezigheid op Facebook, zelfs je irritante toiletbezoekjes ’s morgens. Je moest eens weten hoe hard ik het nu haat dat ik wél altijd op de badkamer naar toilet kan gaan ’s morgens. Denken dat je ‘gewoon’ op reis bent kan ik niet, want de waarheid is vele harder.
Telkens als ik terugkom van het ziekenhuis ben ik blij je even gezien of gesproken te hebben. Ik krijg er op een of andere manier mentale rust door, ook al is het hard om een jonge vrouw zo te zien.
Ik ben blij om te zien dat jij je strijd tegen de slechte monsters niet opgeeft. Je bent echt goed bezig, ook al blijven de resultaten even uit. Je gaat niet achteruit, en dat is ook al heel belangrijk! De verplegers vertellen ons elke keer dat we ons aan een lange strijd mogen verwachten, en dat er maar heel langzaam beterschap zal komen.
Joke, besef dat je de strijd niet alleen voert. Iedere kennis van zowel mama, papa, broer en mezelf brandt wel een kaarsje voor je. Of ze denken even aan je. Ik hoop dat dit een gevoel geeft dat je nog harder doet vechten. Ook heerst er veel ongeloof bij deze mensen. Dat klierkoorts zo een effect kan geven.. Daar zijn ze even stil van.
Ik wil dat je weet dat ik heel van aan je denk, en dat ik je enorm graag zie. Ik kijk nu al uit naar de moment dat ik je even een dikke knuffel kan en mag geven, maar tot die tijd red ik me wel met een mondmasker en een blits bezoek. Ook al zijn we voor 10 minuutjes bij jou, gemakkelijk 1,5 uur kwijt. Dat maakt ons allemaal minder uit. Als jij maar weer beter wordt..
Vandaag is een soort van feestdag voor Jonas en mij, en broer vroeg of we het gingen vieren. Wel, we gaan deze avond een cava’tje drinken in ’t Oud Brughuys, maar weet dat ik ook aan jou denk. We vieren het wel eens met z’n allen zodra jij weer naar ’t Oud Brughuys kan gaan. Je hebt inmiddels al 3 dame blanches van me tegoed.
Vecht nog flink verder. Ik zie je graag.